Jarenlang moest een luxe interieur er vooral gepolijst uitzien. Glanzend marmer, strak chroom, meubels zonder een spatje gebruikssporen. Die tijd is voorbij. Interieurstylisten zien voor 2026 een duidelijke ommekeer: hoe onvolmaakter een materiaal oogt, hoe luxer het aanvoelt.
Het klinkt tegenstrijdig, maar het is precies wat er gebeurt in de duurdere huizen die nu worden ingericht. Ruwe natuursteen met zichtbare aders, hout waar je de jaarringen nog in ziet, metaal dat mag oxideren in plaats van blinken. De boodschap is steeds hetzelfde: een huis moet voelen alsof het al jaren bewoond wordt, niet alsof het net uit de showroom komt.
Ruwe natuursteen verdringt glanzend marmer
Op keukeneilanden en badkamervloeren zie je steeds vaker natuursteen dat niet gepolijst is. Geen spiegelend oppervlak, maar een mat, soms zelfs oneffen exemplaar waar de natuurlijke aders duidelijk doorheen lopen. Elk blad is anders, en dat is precies het punt. Waar gepolijst marmer er in elk huis hetzelfde uitziet, oogt onbehandelde steen als een uniek stuk natuur dat toevallig in jouw keuken staat.
Travertijn met een ruw oppervlak en kalksteen met kleine putjes en scheurtjes doen het goed in deze trend. Verwacht geen strakke, foutloze platen, maar juist steen die je aan het aanraken zet.
Onbehandeld hout met een zichtbare nerf
Hetzelfde geldt voor hout. Waar de afgelopen jaren lichte, gladde eiken populair was, komt nu donkerder en ruwer hout terug: walnoot, doorleefd teak en hout met een structuur die je nog kunt voelen. Meubelmakers laten de oorspronkelijke boomstructuur bewust zichtbaar, inclusief knoesten en kleine oneffenheden die vroeger juist werden weggeschuurd.
Dit sluit ook aan bij de opmars van vintage meubels in een moderne woonkamer: een oud dressoir met gebruikssporen past ineens perfect naast nieuw, ruw hout, omdat beide dezelfde boodschap uitstralen. Karakter wint het van perfectie.
Verouderd metaal in plaats van blinkend chroom
Metaal krijgt dezelfde behandeling. Verouderd messing, geoxideerd koper en gepatineerd brons vervangen het spiegelende chroom van een paar jaar terug. Dat is best een omslag, want chroom maakte pas kort geleden nog een comeback in de badkamer. Beide trends bestaan nu naast elkaar, maar wie echt met de tijd meegaat, kiest voor metaal dat mag verkleuren in plaats van blinken.
Het voordeel: verouderd metaal wordt mooier naarmate het langer meegaat. Een kraan van gepolijst chroom moet er op dag duizend nog hetzelfde uitzien als op dag één. Een kraan van levend messing juist niet, en dat scheelt een hoop stress.
Imperfecte keramiek en handgeweven stoffen
Ook accessoires volgen de trend. Keramiek met kleine luchtbelletjes, een oneffen rand of een glazuur dat niet overal even dik is, oogt handgemaakt in plaats van fabrieksmatig. Hetzelfde geldt voor textiel: linnen en wol met losse draadjes, geweven zonder de strakke afwerking van massaproductie, verschijnen op kussens en plaids.
- Vazen en schalen met een ruw, ongeglazuurd oppervlak
- Linnen kussenhoezen met zichtbare weefstructuur
- Handgeweven plaids in plaats van fleece
- Rotan en rieten manden zonder gelakte afwerking
Zo combineer je ruw zonder dat het rommelig wordt
Het risico van deze trend is dat een huis er al snel onverzorgd uit gaat zien als je te ver doorschiet. De oplossing zit in balans: combineer ruwe materialen altijd met iets zachts. Koel beton naast een warme wollen plaid, ruwe steen naast een zacht vloerkleed. Dat contrast houdt een ruimte behaaglijk in plaats van kaal.
Vormen mogen trouwens ook meedoen. Naast materiaal breekt ook de rechte lijn: net zoals ronde meubels de luxe woonkamer al veroverden, past een organische, ietwat scheve vorm beter bij deze onvolmaakte esthetiek dan een strak geometrisch silhouet.
Wat dit betekent voor jouw volgende aankoop
Je hoeft niet meteen je hele huis te vernieuwen om mee te gaan in deze trend. Begin klein: vervang één blinkende kraan door een exemplaar in levend messing, of zet een schaal met een ruw glazuur op je salontafel in plaats van de gladde variant. Kijk bij een volgende aankoop niet naar wat het meest gepolijst oogt, maar naar wat over tien jaar nog karakter heeft. Dat is uiteindelijk het verschil tussen een huis dat er duur uitziet, en een huis dat daadwerkelijk luxe aanvoelt.